Dutch Cave Dive Group in ItaliŽ

Sinds 2003 oefent ItaliŽ haar aantrekkingskracht uit op de DCDG

Dutch Cave Dive Group in ItaliŽ


Rondom het dorpje Valstagna in de buurt van Bassano in Noord-ItaliŽ bevinden zich een aantal schitterende grotten die een grote aantrekkingskracht uitoefenen op grotduikers uit heel Europa. Het is een prachtgebied in de vallei van de Brenta met hoge steile rotskliffen waar vier totaal verschillende duikgrotten dicht bij elkaar liggen.


De grotten van Oliero

De grotten van Oliero bestaan in feite uit twee parallel lopende tunnels die volledig met water zijn gevuld en waaruit het riviertje de Oliero ontspringt. Dit riviertje mondt na een paar honderd meter al weer uit in de rivier de Brenta.



Dat die twee ondergrondse gangen met elkaar verbonden zijn en zo een groot systeem vormen is pas bekend sinds 2006. Een van de beide tunnels werd vroeger de Covolo dei Siori genoemd wat Grot van de Goden betekent. Inmiddels wordt deze tunnel de Grotta Parolini genoemd, naar zijn ontdekker Antoni Parolini. De andere tunnel is de Cogol dei Veci en deze maakt nu dus deel uit van het Parolini systeem. In 2003 konden wij dankzij Hans Beulen voor het eerst gaan grotduiken in ItaliŽ. Omdat er voor deze grotten vooraf schriftelijk toestemming nodig is van de plaatselijke autoriteiten heeft hij dit in vloeiend Italiaans voor ons geregeld. Sindsdien komen we elk jaar terug en hebben zodoende van dichtbij kunnen volgen hoe de exploraties zijn verlopen tot de verbindingen tussen de beide tunnels werden ontdekt. In totaal vormen de grotten van Oliero bijna 9 kilometer grottenstelsel onderwater.

In de Siori was de bekende Italiaanse grotduiker Luigi Casati met zijn team al jaren bezig met exploraties. Een markante persoonlijkheid in het bezit van een gigantische knalroze scooter die met behulp van een takelstelling te water werd gelaten. Op de duikstek stond altijd een ťťnpersoons decompressietank klaar en een grote tent voor opslag van materiaal. Elke duik was voor hen een verassing. Hoever gaat de tunnel door en hoe gaat hij verder. Stopt hij over tien meter of gaat hij nog een kilometer dieper het bergmassief in. Soms kwamen de duikers omhoog tot op 12 meter om vervolgens weer de diepte in te duiken, een beroerd duikprofiel zogezegd. En wij doken daar dan voor ons plezier. We sjouwden al het duikmateriaal naar de grotingang waar het water soms zo laag stond dat je het hele toeristische bootgedeelte door moest waden. Met het water tot aan je enkels over gladde stenen zonder houvast. Maar wel met bewondering voor de fraaie grotingang ( de cavern ) die door duizenden jaren van stromend water is uitgeslepen en gepolijst. Vervolgens kon je het treffen dat het achterin waar de duik begon onderwater zo hard stroomde dat het onbegonnen werk was en dan ging je weer terug. We kregen steeds meer respect voor de explorers en met name voor Jean Jacques Bolanz.



Een Zwitser al een eind in de zeventig die nog steeds gewoon meedeed. Met scooters sjouwde en nog bereid was om voor jouw een cilinder naar de waterkant te dragen ook. Maar als het lukt om het eerste deel van de grot te overwinnen is de beloning enorm. Eenmaal onder water is er een plateau met smalle scheuren die diep in het kalksteen doordringen. Die aangeven dat het water gewoon zijn weg volgt waar jij als mens onmogelijk kunt gaan. Dan via een schacht naar 12 meter diep. Kraakhelder en ruim van afmetingen met door de stroming gladgeslepen stenen. Daarna volgt een horizontaal gedeelte waarbij het plafond langzaam steeds dichterbij de bodem komt. Vlak voor een serieuze restrictie bekend onder de naam Ďkeyholeí bevindt zich een schuine plaat. Met een beetje geluk kun je hier de Proteus Anguinus ofwel de grotsalamander aantreffen. Grot olm wordt hij ook genoemd.
De Proteus is een troglobiont ofwel een echte grotbewoner. Troglobionten worden gekenmerkt door de afwezigheid van ogen en een bleke kleur. Zij zijn in staat zich in het zeer voedselarme milieu van grotten te handhaven vanwege hun aangepaste stofwisseling. Deze grotsalamander komt van nature alleen voor in het karstgebied langs de Middellandse zee van Trieste tot Herzegovina. Door menselijk toedoen komt hij ook voor in de grotten van Oliero.



http://www.showcaves.com/english/explain/Biology/ProteusAnguinus.html
http://www.geocities.com/manfredvideo/inglese/inhtml/inolierosub.htm

Na de restrictie vervolgt de tunnel zijn weg met schulpranden ( scallops ) in het kalksteen waaraan de stroomrichting te herkennen is. Het blijft nogal nauw met zeer afwisselende dieptes en gaat door tot zoín 2600 meter vanaf de ingang.


In de Veci was het Olivier Isler die in 1992 na een 2340 meter lange sifon boven kwam in een droge ruimte. Het was te zwaar en te complex voor hem om zijn duikuitrusting ( dubbele rebreather ) af te doen en het droge gedeelte te gaan verkennen. Dat is meer iets voor een duiker als Rick Stanton. Hij duikt met minimaal materiaal, sidemounted rebreathers en is volgens eigen zeggen meer speleoloog dan duiker. Hij is dan ook in staat om de droge grotgedeeltes met gemak te overbruggen. En zo gebeurde het dat na de eerste sifon het 200 meter droge gedeelte werd verkend. Dat was in 2004. Hierna kwam de tweede sifon. Die na 1090 meter ook weer in een droge ruimte eindigde. Nou ja droog, er was opnieuw een droog gedeelte van ongeveer 200 meter dat uitkwam op een schacht met een waterval in plaats van een derde sifon. Een groot deel van deze exploratie is samen met John Volanthen gedaan. En natuurlijk Eduardo the real Italian man, die een bak bier door de eerste sifon naar het kampement heeft gescooterd omdat hij dat had beloofd. Dit speelde zich af in 2005.
Pas in 2006 zijn de zo belangrijke connecties via zijgangen tussen de beide tunnels gemaakt waardoor het ťťn systeem geworden is. Je kunt nu dus een mega rondgang maken hoewel dit nog nooit gedaan is!
De Veci heeft net als de Siori ook een behoorlijk grote ingang, die echter al vrij snel naar een diepte van 55 meter gaat. De tunnel zelf is gigantisch van afmetingen. Meestal is het zicht niet zodanig dat de hele ruimte te overzien is. Zelfs als het zicht uitstekend is dan kan de beste lamp de overkant niet altijd verlichten. Het leggen van lijn is een kwestie van bij de wand blijven anders raak je gegarandeerd je oriŽntatie kwijt. Stel je voor hoe het is terwijl je al scooterend een lijn moet leggen in een ruimte die niet is te overzien en waar je mogelijk de verkeerde kant opgaat. Of er komt een bocht en doemt plotseling een rotswand op uit het niets. Dat hebben wij niet meegemaakt, waar Rick is geweest ligt immers lijn. Wij kunnen deze lijn volgen en genieten van de imposante ruimte en de mysterieuze effecten van onze duiklampen hierin. De diepte is in deze grot de vijand die onze decotijden omhoog jaagt. De lage watertemperatuur maakt het nog erger want een lange decotijd is verraderlijk vanwege de kans op onderkoeling. Nog maar te zwijgen over al het duikmateriaal dat door de rivier, door de sneeuw en dan nog een stukje per boot naar de kant terug gebracht moet worden.



De Ponte Subiolo is beter bekent onder de naam Elefante Bianco.
In 1992 was Olivier Isler ook actief in de Elefante Bianco en bereikte een diepte van 139 meter. Tot 1999 is er geen verdere exploratie geweest maar wel vele dodelijke ongevallen.
Toen werd de grot afgesloten. Pas in 2003 mocht er weer gedoken worden en dat gebeurde dan ook door Luigi Casati naar een diepte van 186 meter. Een jaar later konden we zelf gaan kijken in deze spectaculaire grot. Een sprookjesachtige poel met azuurblauw water lag voor ons.



De grotingang op 20 meter diepte was vanaf de kant te zien. Een charmante picknickplaats als het niet zo koud was. Maar wat een gedoe ook hier weer om het duikmateriaal bij de waterkant te krijgen. Een schuine helling af, een stuk langs de muur met aan het eind een afstapje van twee meter. Dat komt uit op rotsblokken in de rivier, glibberig en soms zo ver van elkaar dat je beter laarzen aan kunt trekken. Het betekent dat we verschillende keren heen en weer gaan lopen voordat alles ter plaatse is. En straks weer terug natuurlijk. Dit maakt grotduiken in ItaliŽ fysiek zwaarder dan bijvoorbeeld in de Dordogne. De Elefanto Bianco gaat snel diep en dat is ook de rede dat er veel ongelukken zijn gebeurd. De verleiding van de diepte lokt duikers over hun grenzen heen te gaan. Dat is altijd al zo geweest en niet alleen bij grotduiken. Je zit hier al gauw op grote diepte en dat vraagt om een uiterst zorgvuldige aanpak. Het juiste materiaal en de juiste gasmengsels. De grotgang tot in detail verkennen en de diepte langzaam opbouwen, zo heb ik het gedaan, elk jaar een klein stukje verder.

In 2005 was ik geŽindigd op een diepte van 120 meter. Een duik van bijna 4 uur. Een langere decompressietijd zou vanwege de kou niet meer verantwoord zijn. Om verder de grot in te kunnen duiken had ik dus een onderwater habitat nodig om droge decompressie in te doen.



In 2006 kon ik de habitat van Rick lenen samen met Mark Elyot die grootse plannen had voor de Elefante Bianco. De habitat zou pas twee dagen later in ItaliŽ zijn dan ik. Een mooie gelegenheid om de eerste dag met Jochen Mal en zijn duikmaatjes uit Duitsland de Siori in te scooteren. Dit gebeurde met de KISS rebreather. De meeste cilinders waren thuis al volledig gevuld voor de duik in de Elefante Bianco. Het is namelijk niet haalbaar om na veel sjouwwerk en een flinke duik nog een duikplanning te doen en de trimix te maken voor de duik van de volgende dag. Dat hadden de voorgaande jaren ons wel geleerd.
De tweede dag heb ik alle nodige duikflessen ( stages ) in de Elefante Bianco op verschillende dieptes klaar gelegd. Inclusief de 30 liter zuurstofcilinder die Erik Wouters naar de kant heeft gebracht. Deze was bedoeld om onder de habitat te hangen met een 6 meter lange middendruk slang voor gebruik in de habitat en die moest nu met een koord vanaf de kant naar 6 meter diepte. Vanwege de sneeuw was alles glad en het was erg prettig dat er een ladder in de rivier was gelegd om het lastigste stuk te overbruggen. De derde dag had ik gehoopt met de Britten de habitat te kunnen plaatsen op 9 meter maar gezien diverse problemen met hun Buddy Inspirations was dit niet mogelijk. Ik had ineens een rustdag en dat betekent sjouwen voor anderen. De vierde dag hebben we getracht de habitat te plaatsen en het begin was zowaar gemaakt. De vijfde dag zou dit karwei afgemaakt worden maar dat wilde absoluut niet lukken. De brede bevestigingsbanden bleven niet stabiel onder de enorme rotsblokken zitten. Het lijkt zo makkelijk maar als er geen vaste ankerpunten zijn valt het behoorlijk tegen. Je kunt ook geen enkel risico nemen want als de habitat omhoog schiet is dat levensgevaarlijk voor de duiker die erin zit. Nog een dag uittrekken voor het plaatsen van de habitat zat er voor mij niet in dus de zesde dag kwam dan eindelijk de duik. Zonder mijn nieuwe duikpak dat net niet op tijd klaar was voor ItaliŽ en zonder habitat. Zonder dieptesupport van Mark wat hij aan het begin van de week had beloofd. Hij had problemen met zijn pak. Dat lekte. En als het niet lekte dan stapte hij wel per ongeluk met open rits in het water om vlug even een foto te maken. Ik wist dus al dat ik niet veel verder kon komen dan vorig jaar. Vanwege natte decompressie die anders te lang zou gaan duren. Uiteraard ben ik toch gaan duiken voor de ervaring en alles perfectioneren was de uitdaging geworden. Op 100 meter diepte hield plotseling de vaste lijn op die normaal tot 140 meter zou moeten lopen. De zoveelste verassing deze week. Door hevige stroming kan een lijn inderdaad zomaar wegspoelen. Dus de scooter aan de lijn geklipt en met eigen lijn een stukje verder naar beneden. Op 117 meter begint een horizontaal gedeelte en dat is het punt waar ik ben omgedraaid. Weer terug op 6 meter gebruik ik decolood. Door dit extra gewicht kan er meer lucht in je pak. Lekker warm is overdreven maar het scheelt toch weer iets. De laatste dag was nodig om de resterende stages uit de grot te halen, wat fotoís te maken van Johnís ťťnpersoons minihabitat en de grote habitat moest er weer uit. En dan zijn alle dagen op, zo gaat dat.

De Fontanazzi is de laatste en misschien wel de allermooiste grot in deze omgeving. Bovendien is hij makkelijk bereikbaar.



Met een lastige restrictie aan het begin heb je wel een uitdaging met een dubbel twaalf of een rebreather. Eenmaal voorbij de restrictie wordt de grot prachtig.



De kleur van de rotsen is iets lichter en wat meer geel in vergelijking met de andere systemen hier. Af en toe doet hij me denken aan de Source du Doubs. Scherp en grillig.
Er kan zelfs door het gevarieerde gangenstelsel een rondgang worden gezwommen. Het is minder stoffig waardoor het zicht goed blijft. Het water blijkt meestal erg helder en daardoor ideaal om te fotograferen. Elke grotduiker vindt de Fontanazzi een fantastische grot. Meer wil ik er niet over zeggen, de fotoís zeggen al genoeg.


Tekst Josť de Veer
Fotoís Archief Dutch Cave Dive Group

Content Management Powered by CuteNews